Eén van de belangrijkste kenmerken bij het aanschaffen van (LED)-verlichting is de kleurtemperatuur. Iedere situatie, thuis, op het werk of in een openbare ruimte, vraagt om een juiste beoordeling van de benodigde kleurtemperatuur. Niemand zit immers te wachten op te ‘koud’ licht in de woonkamer en te ‘warm’ licht in een werkplaats. Bij de aanschaf van LED-verlichting is het daarom van groot belang om rekening te houden met de kleurtemperatuur van de lamp.

Kleurtemperatuur in Kelvin
Kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Hoe hoger het aantal Kelvins, des te blauwer het licht is, dus hoe koeler het licht aandoet. Hoe warmer het licht oogt, des te meer het neigt naar de rode kant van het spectrum en hoe lager de K-waarde.

Hieronder enkele voorbeelden van verschillende lichtbronnen en de gemiddelde kelvin-waarde die er voor staat.
Kaarslicht: 1200K
Ouderwetse koodraadlamp (café licht): 2200K
Ouderwetse gloeilamp: 2600K
TL-lamp: 4000K
Daglicht: 5500K

Kwestie van smaak
Waar in een kantoor TL-licht van 4000K meestal nog wel wordt geaccepteerd omdat het bij daglicht in de buurt komt en het menselijk oog er goed bij kan waarnemen en werken, zal een dergelijke kleurtemperatuur voor huiselijke toepassingen bij vrijwel niemand in de smaak vallen. De meeste Europeanen houden van warm licht rond de 2600 Kelvin. Er zijn ook mensen die van heel warm licht houden (de vroegere kooldraadlamp) en die kiezen graag voor de 2200 Kelvin. Dit is een beetje te vergelijken met het warme licht in de horeca en cafés.